Dag 29 | Ambasmestas – Alto do Poio | 21 mei 2025
- Gelopen op
Dag 29 | Ambasmestas – Alto do Poio | 21 mei 2025
Woensdag 21 mei
Vandaag loop ik van Ambasmestas, via O Cebreiro naar Alto de Poio. Volgens de boekjes is het zo’n 22 kilometer, met na 5km een flinke klim: van 600 naar 1350 meter in 7 km
Vanmorgen rustig opgestaan en genoten van een fantastisch lekker ontbijtje met verse yoghurt en een omelet. Daarna begonnen met vijf kilometer vlak lopen. Onderweg raakte ik aan de praat met Bruce, een superaardige man uit Canada en uiteindelijk liepen we samen verder tot aan O Cebreiro. We klommen rustig in een gestaag tempo de berg op.
De klim is fantastisch. Het pad slingert omhoog door het bos, soms bezaaid met losse stenen, maar altijd in een prachtige omgeving. Ik geniet van elke stap. Het lopen gaat vandaag weer echt goed en ik durf bijna te zeggen dat de pijn in mijn been zo goed als weg is. Mijn been is nog wel wat dik, maar lopen zonder pijn is zó’n opluchting.
Na zo’n vier kilometer klimmen komen we uit bij een heerlijk terrasje. In de zon genieten we van versgebakken toast met tomaat en avocado. Ik drink een heerlijke kop koffie en krijg een verse jus d’orange van Bruce, omdat hij het zo waardeert dat we samen de berg oplopen. Aan het eind bedankt hij me, hij had enorm opgezien tegen de klim, maar door het kletsen onderweg had hij een goede afleiding en ging het beter dan verwacht.
Na deze korte pauze klimmen we verder. Er zitten pittige, steile stukken tussen, maar met een rustig tempo is het goed te doen. Het uitzicht is echt fantastisch. Boven op de berg kijk je eindeloos ver weg. Ondanks de bewolking en de mist op sommige stukken, is het op andere momenten stralend blauw. Helemaal bovenin passeren we de grens met Galicië , weer een nieuwe provincie.
In de verte klinkt doedelzakmuziek terwijl we O Cebreiro binnenwandelen. Het is een klein dorpje met een Keltische bouwstijl. Erg leuk om even rond te kijken. Daarna plof ik neer in een restaurantje en eet ik een overheerlijke salade.
Dan neem ik afscheid van Bruce. Hij blijft hier in het dorp en neemt een taxi naar een volgende plek. Voor mij staan er nog acht kilometer op het programma. Op de kaart ziet het er relatief vlak uit, maar in werkelijkheid zitten er toch aardig wat klimmetjes in.
Vlak na O Cebreiro komt er een man naast me lopen. Hij zegt: “Ik heb jou eerder gezien, maar toen leek het alsof je niet meer verder kon lopen. Wat fijn om te zien dat je toch weer op pad bent!”
Het zijn bijzondere ontmoetingen. Je merkt dat mensen elkaar toch een beetje in de gaten houden, ook al spreek je elkaar misschien maar kort.
De man vertelt dat hij snel naar huis moet, omdat een van zijn beste vrienden is overleden. Mijn zere been valt daarbij in het niet. Na een kort gesprek laat ik hem gaan – hij loopt veel te snel. Hij moet vandaag meer dan 50 kilometer lopen om op tijd in Santiago te zijn voor de begrafenis.
Ik vervolg mijn weg, eerst nog een stuk bergop en daarna weer omlaag. Het landschap blijft maar veranderen, en ik geniet van alles om me heen. Wel begint de laatste acht kilometer me zwaar te vallen, vooral omdat het inmiddels flink warm is geworden.
Net als ik denk dat ik er bijna ben, mijn horloge geeft aan dat het nog 200 meter is, blijkt er nog een verschrikkelijk steile klim te zitten. Deze keer moet ik echt even pauze nemen. Op de klim van vanmorgen ging het makkelijk, maar deze laatste klim is echt pittig.
Uiteindelijk kom ik boven aan en daar is mijn hotel. Ik check in en krijg een privékamer op de tweede verdieping, met een fantastisch uitzicht over de bergen. Ik neem een warm bad en was meteen mijn kleren.
’s Avonds eet ik samen met Brian, die ik gisteren heb ontmoet, en met een Nederlandse vrouw, Mariska. We hebben superleuke gesprekken, veel gelachen en heerlijk gegeten. Mijn digeridoo man werkt tijdelijk in de bar/ het hostel. Leuk om hem weer te zien
Getagged camino